Fiscaal

Box 3 vanaf 2028: aanwas of winst?

Auteur Joy Mohunlol

In ons vorige artikel “Box 3 in beweging: wat je nu moet weten” schreven we over het huidige tijdelijke stelsel en het voorgestelde stelsel vanaf 2028. De richting is duidelijk: box 3 moet meer aansluiten op het werkelijke rendement. Minder fictie, meer realiteit.

Dat klinkt logisch. Maar precies daar begint de discussie. Want wat is werkelijk rendement eigenlijk? Is dat alleen rente, dividend en huur die je daadwerkelijk ontvangt? Of ook de waardestijging van een belegging die je nog niet hebt verkocht?

Dat is geen detailvraag voor fiscalisten. Het is de kern van het nieuwe stelsel. En inmiddels is duidelijk dat de politiek daar nog niet klaar mee is. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen, maar tegelijk ook moties aangenomen die juist vragen om verdere doorontwikkeling richting een volledige vermogenswinstbelasting. De Eerste Kamer kijkt kritisch mee.

Met andere woorden, zoals wij al eerder schreven: box 3 beweegt. Wie vermogen opbouwt, vastgoed bezit, belegt in privé of als dga twijfelt tussen beleggen in privé of via de bv, doet er goed aan om nu al een aantal scenario’s naast elkaar te leggen.

Eerst even terug: het kantelpunt tussen aanwas en winst

In het wetsvoorstel zit een belangrijk onderscheid. Voor veel vermogensbestanddelen wordt uitgegaan van een vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat jaarlijkse waardestijgingen worden belast, ook als je nog niets hebt verkocht. Bij aanwas voelt het daarom alsof je belasting betaalt over groei op papier.

Voor onroerende zaken en bepaalde investeringen, zoals aandelen in startups en scaleups, wordt juist meer aangesloten bij een vermogenswinstbelasting. Dan betaal je pas belasting op het moment dat de winst wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop (er komt cash vrij).

Dat lijkt niet alleen je belastingdruk te raken maar ook je liquiditeit, je beleggingshorizon en het gevoel of een heffing redelijk uitpakt. Feitelijk ontstaat een hybride systeem: deels jaarlijkse afrekening en deels afrekening bij verkoop.

Waarom het hybride stelsel onder druk staat

De kritiek op het voorstel draait steeds terug naar twee vragen: is belasting over papieren winst uitlegbaar? En is het praktisch werkbaar?

Een stijgende effectenportefeuille is een vermogenstoename. Maar zolang je niet verkoopt, heb je nog geen opbrengst ontvangen. Toch kan in een aanwasstelsel al belasting verschuldigd zijn. Dat hoeft bij liquide beleggingen niet altijd een probleem te zijn, maar het kan wel gaan schuren als de portefeuille voor de lange termijn is bedoeld of als de markt sterk beweegt.

Daar komt de liquiditeitsvraag bij. Wij schreven al eerder dat belasting uiteindelijk niet alleen een fiscale rekensom is maar ook een cashvraag. Kun je de belasting betalen zonder bezittingen te verkopen? En wil je dat ook?

Bij vastgoed en startupbelangen erkent de wetgever die spanning al. Daar geldt in het voorstel juist een vermogenswinstsystematiek voor de waardeontwikkeling. Maar dan komt de logische vervolgvraag: waarom daar wel, en bij andere vermogensbestanddelen niet?

Belasting is uiteindelijk niet alleen een fiscale rekensom maar ook een cashvraag. Kun je de belasting betalen zonder bezittingen te verkopen? En wil je dat ook?

De Tweede Kamer wil alweer verder kijken

Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer bleek al dat verschillende partijen moeite hebben met het hybride stelsel. Het wetsvoorstel is aangenomen maar niet zonder politieke bijsluiter.

Er zijn moties aangenomen waarin het kabinet wordt gevraagd om in kaart te brengen hoe het hybride stelsel kan worden doorontwikkeld naar een volledige vermogenswinstbelasting. Ook is gevraagd om uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een box 3-stelsel op basis van vermogenswinstbelasting te presenteren.

Dat maakt de situatie bijzonder. Want als het wetsvoorstel doorgaat zoals het er nu ligt én het kabinet daarna doorpakt richting een vermogenswinstbelasting dan kunnen belastingplichtigen in korte tijd te maken krijgen met een opeenstapeling aan regimes:

  • 2027: box 3 op basis van de forfaitaire spaarvariant met tegenbewijs op basis van werkelijk rendement;
  • 2028: box 3 op basis van het hybride stelsel (vermogensaanwas + vermogenswinst) volgens de Wet werkelijk rendement box 3;
  • vanaf 2029 of later: mogelijk een verdere beweging richting vermogenswinstbelasting.

Dat laatste staat nog niet vast. De staatssecretaris heeft nog niet concreet gemaakt welke aanpassingen volgen, hoe snel dat kan en hoe eventuele budgettaire derving wordt gedekt. Maar de politieke richting is wel relevant. Wie nu keuzes maakt, moet dus niet alleen naar 2028 kijken maar ook naar wat daarna kan gebeuren.

Daar zit precies de onzekerheid. Bouwt Nederland nu aan een duurzaam eindstelsel? Of aan een tussenstap die mogelijk alweer snel wordt aangepast?

Bouwt Nederland nu aan een duurzaam eindstelsel? Of aan een tussenstap die mogelijk alweer snel wordt aangepast?

Wat doet het verschil met je eindvermogen?

De keuze tussen aanwas en winst gaat niet alleen over gevoel of timing. Het kan ook echt verschil maken in het eindvermogen. Dat verschil werkt soms anders uit dan je intuïtief verwacht.

De voorbeelden hierna laten zien waar de spanning zit. Deze voorbeelden zijn sterk vereenvoudigd. Ze gaan uit van een box 3-tarief van 36%, een heffingsvrij resultaat van € 1.800 per jaar en laten kosten, inflatie, timingverschillen en persoonlijke omstandigheden buiten beschouwing.

Voorbeeld 1: jaarlijks € 10.000 beleggen

Marc en Laura storten vanaf 2028 tien jaar lang elk jaar € 10.000 in een mixfonds van aandelen en obligaties. Het verwachte netto rendement is 5,5% per jaar.

In dit voorbeeld pakt een vermogensaanwasbelasting gunstiger uit dan een vermogenswinstbelasting. Dat komt vooral doordat het heffingsvrije resultaat van € 1.800 ieder jaar opnieuw wordt benut. Bij een vermogenswinstbelasting benut je dat bedrag maar één keer, namelijk in het jaar van verkoop.

Regime

Eindvermogen na belasting

Totale belasting

Vermogensaanwasbelasting

€ 128.206

€ 6.853

Vermogenswinstbelasting

€ 123.582

€ 12.253

Het verschil in dit voorbeeld is dat er een lager eindvermogen is van ruim € 4.200 bij een vermogenswinstbelasting en er meer box 3 belasting wordt betaald.

Voorbeeld 2: € 1.000.000 offensief belegd

Yasmin en Noah hebben in 2028 een belegd vermogen van € 1.000.000. Zij beleggen offensief en verwachten een gemiddeld netto rendement van 8% per jaar. Hier ontstaat het omgekeerde beeld.

Bij een vermogenswinstbelasting wordt de belasting later betaald. Daardoor blijft er tussentijds meer vermogen belegd en werkt het rente-op-rente-effect langer door. Ondanks dat de totale belasting bij verkoop hoger is, komt het eindvermogen na belastingheffing in dit voorbeeld hoger uit.

Regime

Eindvermogen na belasting

Totale belasting

Vermogensaanwasbelasting

€ 1.655.902

€ 358.707

Vermogenswinstbelasting

€ 1.742.360

€ 416.565

Het voordeel van belastinguitstel bedraagt in dit voorbeeld ongeveer € 86.500. Dat is opvallend, omdat de totale belasting bij de vermogenswinstbelasting ook hier hoger is. Het uitstel weegt hier zwaarder dan de hogere heffing aan het eind. De belasting wordt in een vermogenswinstbelasting echter later ontvangen door de belastingdienst. Daardoor is de belastingdruk in economische zin lager. Als de overheid dezelfde opbrengst wil dan zou het tarief dus hoger moeten worden. Daarmee zou ook (een deel van) het vermeende voordeel verdwijnen voor vermogensopbouw.

De les? Relatief kleine spaarders en beleggers kunnen in bepaalde gevallen gunstiger uitkomen met een aanwasstelsel, juist door het jaarlijkse heffingsvrije resultaat. Voor grotere en langlopende beleggingsportefeuilles kan een winststelsel aantrekkelijker zijn door belastinguitstel. Voor illiquide investeringen, zoals vastgoed, startups en scaleups, speelt daar nog iets anders: je wilt voorkomen dat belasting moet worden betaald terwijl er geen cash is.

Wat kun je doen richting 1 januari 2028?

Het nieuwe stelsel is nog niet definitief door de Eerste Kamer. Toch is 1 januari 2028 nu al een belangrijke datum om in beeld te hebben. De aanvangswaarde van je box 3-vermogen is namelijk bepalend voor de toekomstige belastingheffing over de waardestijging ondanks het definitieve systeem dat wordt ingevoerd vanaf 2029 (of later).

Hoe hoger de aanvangswaarde, hoe kleiner de latere belastbare aangroei. Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk hangt veel af van het type vermogensbestanddeel:

  • Werknemersparticipaties en startupbelangen
    Bij werknemersparticipaties, startup- en scaleupbelangen kan waardering gevoelig zijn. Juist daar is het belangrijk om tijdig vast te leggen hoe de waarde tot stand komt. Een goed onderbouwde aanvangswaarde voorkomt discussie achteraf.

    Ook als de waarde later daalt, kan een hogere aanvangswaarde relevant zijn. Je hebt dan mogelijk later meer verlies of minder winst om mee te nemen in de fiscale berekening.
  • Beleggingsvastgoed
    Ook bij vastgoed wordt de aanvangswaarde belangrijk. Voor verhuurde woningen wordt in het voorstel aangesloten bij de WOZ-waarde. Dat maakt de WOZ-beschikking ineens op een andere manier interessant. Waar je vroeger vaak bezwaar maakte tegen een hoge WOZ-waarde, kan in aanloop naar het nieuwe stelsel juist een lage WOZ-waarde nadelig zijn.

    Voor ander beleggingsvastgoed, zoals winkelpanden of bedrijfspanden, zal de waarde in het economisch verkeer belangrijker zijn. Dan ligt het voor de hand om richting eind 2027 na te denken over een goed taxatierapport. Niet omdat je alles nu al moet optuigen, maar wel omdat je straks wilt kunnen uitleggen waar de waarde vandaan komt.
  • Vakantiewoning voor eigen gebruik
    Heb je een vakantiewoning die je zelf gebruikt? Dan kan een hogere WOZ-waarde de latere belastbare waardestijging beperken. Maar let op: daar staat mogelijk een hogere bijtelling voor eigen gebruik tegenover. In het voorstel wordt voor eigen gebruik gerekend met een vastgoedbijtelling. Zoals het er nu uitziet bedraagt die 3,35% van de WOZ-waarde, belast tegen 36%.

    Dat vraagt om een bredere afweging. Niet alleen: wat is fiscaal gunstig op 1 januari 2028? Maar ook: hoe lang wil je de woning aanhouden, hoeveel eigen gebruik is er en wat doet de jaarlijkse bijtelling met je belastingdruk?
  • Beleggen in privé of in de bv
    Voor dga’s blijft de vraag terugkomen: beleg ik beter in privé of in de bv? Onder het huidige forfaitaire systeem kan het aantrekkelijk zijn om laag renderende beleggingen die je in privé hebt naar de bv over te hevelen en hoog renderende beleggingen in privé te houden. Bij een stelsel op basis van werkelijk rendement kan dat beeld kantelen.

    In de bv wordt het werkelijke rendement belast en kan de belastingclaim worden uitgesteld zolang winst niet naar privé wordt gehaald. Daarnaast kent de bv mogelijkheden voor verliesverrekening die in box 3 beperkter kunnen zijn.

Onze blik: wacht niet af maar laat je ook niet opjagen

De beweging naar werkelijk rendement is begrijpelijk. Belastingheffen op basis van fictie blijft kwetsbaar, zeker als de werkelijkheid daar ver van afligt. De route naar een werkbaar stelsel is echter ingewikkeld.

Aanwasbelasting is theoretisch een strak systeem, maar kan praktisch hard uitpakken. Winstbelasting sluit beter aan bij realisatie en liquiditeit maar brengt andere vragen mee. Denk aan uitstel, waardering en budgettaire dekking. Het hybride stelsel (vermogensaanswas én vermogenswinst) probeert die werelden te combineren, maar maakt het systeem daardoor ook kwetsbaar voor nieuwe discussie.

Daarom is dit geen moment voor snelle conclusies. Wel voor voorbereiding. Breng je box 3-vermogen in kaart. Kijk naar de liquiditeit van je beleggingen. Leg waarderingen en mutaties goed vast. En laat grotere keuzes, zoals vastgoedstructuren of beleggen via de bv, niet alleen sturen door één verwacht regime.

Dit is geen moment voor snelle conclusies. Wel voor voorbereiding.

Tot slot

Box 3 blijft voorlopig in beweging. De staatsecretaris van Financiën heeft, terwijl de Eerste Kamer zich nog buigt over het wetsvoorstel zoals deze nu op tafel ligt, inmiddels alweer een lijst met mogelijke aanpassingen aan de nieuwe wet naar de Tweede Kamer gestuurd. Of dit voldoende is de Eerste Kamer te overtuigen, is nog maar de vraag. Dit zijn de nieuwe voorstellen die door de staatssecretaris zijn gedaan:

  • Verlaging van het belastingtarief naar 35%
  • Verhoging van de vrijstelling naar € 1.900
  • Terug wentelen van verliezen met 1 jaar
  • Heffingskorting voor groen beleggen
  • Belastingvoordeel voor lening aan mkb-bedrijven
  • Doorschuifregeling bij huwelijk en scheiding
  • Aanpassing van de definitie van startups en scaleups
  • Geen box 3 heffing over waardestijging bij vererving van NSW-landgoederen
  • Herinvoering van de keuzeregeling voor partiële buitenlandse belastingplichtigen

Daarna ligt de politieke wens voor verdere doorontwikkeling richting een vermogenswinstbelasting al op tafel.

Alsof de discussie in Den Haag nog niet ingewikkeld genoeg is, spelen er ook plannen in Brussel. De Europese Commissie onderzoekt of beleggen in de EU aantrekkelijker gemaakt kan worden. Als die plannen doorgaan dan kunnen heffing over dividenden uit andere EU-landen voorkomen worden door beleggingen onder te brengen in een BV. Dit wordt gezien als een bom onder box 3.

Dit alles voelt misschien onrustig. Toch biedt het ook een kans om scherper naar je vermogens-opbouw te kijken. Niet alleen fiscaal, maar ook strategisch. Waar zit je rendement? Waar zit je liquiditeit? En welke keuzes geven je straks de meeste ruimte?

Heb je substantiële box 3-posities, vastgoed, werknemersparticipaties of twijfel je als dga tussen beleggen in privé of via de bv? Dan is dit het moment om scenario’s door te rekenen. Niet om vandaag alles om te gooien, maar om straks niet verrast te worden.

Wij denken graag met je mee. Met grip op je vermogen, je belastingpositie en de keuzes die eraan komen.

blijf op de hoogte

Alle laatste ontwikkelingen direct in je mailbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Hannah Visbeen, RS Finance

contact

Wil je grip op je financiën en duurzaam groeien? Wij helpen je graag.

Neem contact op
Postadres

Postbus 51298
1007 EG Amsterdam

Bezoekadres Purmerend

Wielingenstraat 133
4e verdieping
1441 ZN Purmerend

Bezoekadres Amsterdam

James Wattstraat 100
2e verdieping
1097 DM Amsterdam

Bezoekadres Rotterdam

Max Euwelaan 55
2e verdieping
3062 MA Rotterdam

nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven? Meld je aan voor onze nieuwsbrief!