Voor ondernemers en opdrachtgever zorgde het zzp-dossier en de schijnzelfstandigheid voor veel onrust. Nieuwe plannen, uitgestelde handhaving, discussies over tarieven en definities van ondernemerschap.
Begin maart heeft het kabinet een belangrijke wijziging aangekondigd: een deel van het wetsvoorstel Vbar (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) wordt geschrapt.
In dit artikel leggen we uit wat er verandert, waarom het kabinet deze keuze maakt en wat dat betekent voor ondernemers en opdrachtgevers.
Het oorspronkelijke wetsvoorstel Vbar bestond uit twee onderdelen:
Het eerste onderdeel moest duidelijker maken wanneer iemand écht zelfstandig werkt en wanneer er sprake is van een dienstverband. In de praktijk leidde dat juist tot veel onzekerheid bij opdrachtgevers en zzp’ers. Met name het criterium “inbedding in de organisatie” waarop het wetsvoorstel sterk leunde zorgde voor de nodige onrust.
Daarom heeft het kabinet besloten dat deel te schrappen. Het doel van deze aanpassing is simpel: eerst rust en duidelijkheid creëren in de markt.
Het tweede onderdeel blijft overeind: het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Dit instrument is bedoeld om kwetsbare werkenden beter te beschermen tegen schijnzelfstandigheid.
Verdient een zzp’er onder een bepaald uurtarief (2026: € 38), dan kan diegene stellen dat er eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daarmee verschuift de bewijslast. Waar nu de werkende moet bewijzen dat hij feitelijk werknemer is, is het straks aan de opdrachtgever om aan te tonen dat de persoon daadwerkelijk zelfstandig werkt.
Dit is overigens geen verbod om onder dat tarief te werken. Het geeft de werkende alleen een sterker juridisch instrument.
De beoogde ingangsdatum van de wet Vbar is 1 juli 2026.
Het kabinet richt zich met deze maatregel specifiek op de onderkant van de arbeidsmarkt. Denk aan sectoren waar tarieven laag zijn en waar zelfstandigheid soms vooral op papier bestaat.
Het rechtsvermoeden moet daar drie effecten hebben:
Het is verstandig om alvast kritisch naar je samenwerkingen met zzp’ers te kijken.
Voor veel bedrijven roept dit direct de vraag op: moeten we nu iets aanpassen?
Het korte antwoord: waarschijnlijk niet direct. Maar het is wel verstandig om alvast kritisch te kijken naar je samenwerkingen met zzp’ers.
Een paar aandachtspunten:
Dit soort vragen worden alleen maar belangrijker naarmate de wetgeving verder wordt uitgewerkt.
Hoewel de wetgeving nog in ontwikkeling is, betekent dat niet dat er voorlopig niets gebeurt. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid. Dat betekent dat bij controles kan worden beoordeeld of een samenwerking met een zzp’er feitelijk een dienstverband is.
Als de Belastingdienst concludeert dat sprake is van schijnzelfstandigheid, kan dat verstrekkende financiële en juridische gevolgen hebben. Voor ondernemers en opdrachtgevers is het dus belangrijk om nu al kritisch te kijken naar hoe samenwerkingen met zelfstandigen zijn ingericht.
Te strenge regels kunnen ondernemerschap remmen.
Te weinig regels kunnen leiden tot schijnzelfstandigheid.
Het schrappen van een deel van Vbar betekent niet dat het onderwerp van tafel is. Integendeel. Het kabinet wil nu werken aan een bredere oplossing in de vorm van de Zelfstandigenwet.
Die wet moet uiteindelijk duidelijker maken:
Het doel: een breed gedragen oplossing die ondernemers en werkenden daadwerkelijk duidelijkheid geeft. Autonomie van de werkende wordt een belangrijk element: o.a. eigen uren indelen en vrijheid in de uitoefening.
Als je het grotere plaatje bekijkt, is de aanpassing van Vbar niet zo vreemd. De afgelopen jaren worstelt Nederland met een fundamentele vraag:
Hoe combineer je een flexibele arbeidsmarkt met voldoende bescherming voor werkenden?
Te strenge regels kunnen ondernemerschap remmen.
Te weinig regels kunnen leiden tot schijnzelfstandigheid.
Het kabinet lijkt nu te kiezen voor een pragmatische stap:
Dat zorgt hopelijk voor iets waar ondernemers al jaren om vragen: duidelijkheid.
De wetgeving rondom zzp’ers blijft voorlopig in beweging.
De wetgeving rondom zzp’ers blijft voorlopig in beweging. Ons advies aan ondernemers is daarom:
Wil je weten waar jij staat als het gaat om schijnzelfstandigheid? Of sparren over hoe je arbeidsrelaties toekomstbestendig inricht? Neem contact op; we kijken graag met je mee. Analyseren, adviseren en anders denken. Dat is onze rol als sparringpartner!

blijf op de hoogte
Alle laatste ontwikkelingen direct in je mailbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
Wielingenstraat 133
4e verdieping
1441 ZN Purmerend
James Wattstraat 100
6e verdieping
1097 DM Amsterdam
Max Euwelaan 55
2e verdieping
3062 MA Rotterdam
Wil je op de hoogte blijven? Meld je aan voor onze nieuwsbrief!