Bij gezinsuitbreiding komt veel kijken. Niet alleen thuis, maar ook in de administratieve wereld van verlofregelingen. In Nederland zijn er verschillende soorten verlof voor moeders en partners, elk met eigen regels en doorbetalingspercentages.
Al deze verlofsoorten worden geregeld in de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) en qua tegemoetkomingen (WAZO-uitkeringen) door het UWV. In dit artikel zetten we alle wettelijke regels en pragmatische tips op een rij, zodat werkgever en werknemer weten waar ze aan toe zijn.
In dit artikel zijn de verlofsoorten opgedeeld in drie categorieën:
Twee aandachtspunten die van toepassing zijn op alle categorieën:
Moeders hebben tijdens de zwangerschap en na bevalling wettelijk recht op verlof om de laatste periode van zwangerschap voor te bereiden op de komst van de baby en de eerste periode te wennen aan het moederschap. Binnen deze categorie kennen we 2 soorten verlof met elk een eigen hoeveelheid uren, vervaltermijn en hoogte van (loon)doorbetaling.
Samengevat: Elke werkende moeder heeft in totaal 16 weken verlof, met 100% doorbetaling van het (maximum) dagloon, vergoed door het UWV.
De andere ouder heeft géén recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof. Wél heeft een partner, nadat het kind is geboren, recht op geboorteverlof en aanvullend geboorteverlof (ook wel “partnerverlof” en “aanvullend partnerverlof” genoemd). Zo kunnen moeder en partner de eerste weken de zorg samen opvangen.
Dit verlof kan pas opgenomen worden nadat het geboorteverlof is opgenomen of vervallen.
Nadat de moeder en/of partner bovenstaand verlof hebben verbruikt kunnen zowel moeder als partner gebruik maken van het ouderschapsverlof. Het ouderschapsverlof bedraagt in totaal 26 weken waarvan een deel betaald (9 weken) en een deel onbetaald verlof is (17 weken).
De eerste 9 weken ouderschapsverlof zijn betaalde verlofuren tegen 70% van het dagloon.
‘100% doorbetaling van het dagloon’ wordt vaak gelezen als 100% van het huidige salaris, maar dat is niet waar als je meer verdient dan een bepaald maximum salaris.
Het UWV berekent het dagloon van de werknemer op basis van de verdiensten in het verleden. Er geldt over het algemeen een referteperiode van 12 maanden terug geteld vanaf de ingang van het verlof. Dat betekent dat de WAZO-uitkering vaak lager uitvalt dan (gedeeltelijke) doorbetaling van het huidige salaris. Zo hebben mensen vaak ergens in die voorafgaande 12 maanden een salarisverhoging gekregen bijvoorbeeld. Deze wordt dan maar gedeeltelijk meegenomen in de berekening van het dagloon.
Ook is het dagloon gemaximeerd. Dat betekent dat werknemers die een hoger bruto inkomen hebben (in 2025: boven de € 6.450,- bruto per maand) afgetopt worden. Met dit afgetopte dagloon wordt vervolgens gerekend tegen 100% of 70%. Al met al kan dit een behoorlijk financieel gat opleveren voor de werknemer. Je bent als werkgever niet verplicht om dit aan te vullen.
Vier veelvoorkomende situaties in de praktijk bij WAZO-uitkeringen zijn:
Wij adviseren altijd dat de werkgever de uitkering incasseert ongeacht wel of geen (gedeeltelijke) financiële compensatie aan de werknemer. Als de werknemer de uitkering ontvangt dan heb je bijvoorbeeld een probleem met het toepassen van de loonheffingskorting (mag wel op de uitkering en niet op het loon, of andersom) waardoor de werknemer hier direct netto hinder van ondervindt. Daarnaast worden de salarisberekeningen, pensioenberekeningen en de berekening van sociale premies veel foutgevoeliger. Je hebt dan namelijk met twee inkomens naast elkaar te maken. Hierdoor loop je als werkgever het risico dat je te veel of te weinig premies betaalt.
Daarom adviseren wij werkgevers te kiezen voor de derde situatie, omdat dit bijdraagt aan goed werkgeverschap. De enige uitzondering hierop is wanneer het dagloon van de werknemer hoger is dan het huidige salaris (dat kan bijvoorbeeld als in de referteperiode een grote bonus is uitgekeerd).
Al met al vrij complex al die verlofsoorten. Leuker kunnen we de wetgeving helaas niet maken, maar hopelijk wel behapbaar. Hierbij de belangrijkste aandachtspunten op een rij:
Het Nederlandse verlofstelsel biedt sinds 2022 ouders steeds meer mogelijkheden om tijd met hun pasgeboren kind door te brengen. Maar de hoeveelheid regelingen blijft voor ouders en werkgevers lastig om volledig te doorgronden, vooral wanneer het gaat om doorbetalingen, administratieve handelingen en werkgeversverplichtingen. Voor werkgevers komen er daardoor extra financiële en operationele lasten bij.
Gelukkig kun je dit voor jezelf en jouw werknemers met verschillende stappen en instrumenten behapbaar maken. HR-beleidsteksten, duidelijke loonstroken en goede communicatie voorkomen misverstanden én valse verwachtingen. Een kloppende salarisadministratie is hierbij essentieel.
RS Finance heeft experts die jou als werkgever hierin kunnen ontzorgen. We helpen werkgevers met:
Gaat jouw werknemer binnenkort met zwangerschaps- of partnerverlof? Neem dan contact met ons op om te checken of je alles geregeld hebt. Zo kun jij onbezorgd ondernemen en kunnen jouw werknemers onbezorgd genieten van de geboorte en opvoeding van hun kind.

blijf op de hoogte
Alle laatste ontwikkelingen direct in je mailbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
Wielingenstraat 133
4e verdieping
1441 ZN Purmerend
James Wattstraat 100
6e verdieping
1097 DM Amsterdam
Max Euwelaan 55
2e verdieping
3062 MA Rotterdam
Wil je op de hoogte blijven? Meld je aan voor onze nieuwsbrief!